De sneeuw bleef zacht vallen terwijl Daniel zijn auto parkeerde aan het einde van de straat. Na zestien maanden werken voor een internationale hulporganisatie was hij eindelijk weer thuis. Hij had iedere vrije minuut uitgekeken naar dit moment. Zijn vrouw Sophie wist dat hij die avond zou aankomen en hun dochtertje Mila zou hem voor het eerst bewust herkennen.
Met een glimlach pakte hij zijn tas uit de kofferbak. Het huis zag er donker uit, maar hij dacht dat Sophie misschien bezig was om Mila naar bed te brengen.
Toen hij dichterbij kwam, zag hij echter een jonge vrouw op het bankje voor het huis zitten. Ze hield een slapend meisje stevig tegen zich aan. Haar jas was bedekt met sneeuw en haar gezicht zag bleek van de kou.
“Sophie?” vroeg Daniel verbaasd.
Zijn vrouw keek op. Haar ogen vulden zich onmiddellijk met tranen.
“Daniel… eindelijk.”
Hij rende naar haar toe en sloeg zijn jas om haar schouders.
“Waarom zit je buiten? Waar zijn je sleutels?”
Sophie aarzelde even voordat ze antwoord gaf.
“Ze werken niet meer.”
Daniel keek verbaasd naar de voordeur. Toen probeerde hij zelf de sleutel die hij altijd had bewaard.
Ook die paste niet meer.
Op datzelfde moment ging binnen een lamp aan.
Een onbekende man liep door de gang.
Daniel voelde hoe zijn hart sneller begon te kloppen.
“Wie is dat?”
Sophie schudde haar hoofd….