De ochtend waarop mijn tante voor mijn deur stond met een verhuiswagen achter zich, begreep ik dat ze niet kwam om afscheid te nemen.
Ze kwam om iets op te eisen.
Ik was bezig met het schilderen van de oude houten bank op het terras van mijn grootvader toen ik de auto de oprit hoorde oprijden. Dezelfde oprit waar ik als kind elke zomervakantie had gefietst. De plek waar mijn grootvader me had geleerd hoe je een huis onderhoudt, niet alleen met gereedschap, maar ook met geduld.
Toen ik opkeek, zag ik mijn tante Marianne uitstappen.
Achter haar stond haar zoon Victor.
En achter hen stond een verhuiswagen.
Marianne glimlachte alsof ze een afspraak had waar ik niets van wist.
“Je hoeft niet te schrikken,” zei ze. “We komen alleen alvast wat dingen regelen.”
Ik zette de kwast neer.
“Dingen regelen?”
Ze keek naar het huis…