“Het testament wordt morgen officieel besproken. Maar iedereen weet hoe dit gaat eindigen.”
Ik voelde meteen dat er iets niet klopte.
“Wat bedoel je?”
Victor liep langs haar heen en keek naar de ramen.
“Dit huis is veel te groot voor één persoon.”
Ik keek hem aan.
“Dit huis is van mijn grootvader.”
Marianne zuchtte overdreven.
“Je blijft altijd zo emotioneel. Je opa was een praktische man. Hij wist dat familie belangrijker was dan persoonlijke herinneringen.”
Ik kende mijn grootvader.
Hij was inderdaad praktisch.
Maar hij was ook eerlijk.
Hij had zijn hele leven gewerkt om iets op te bouwen waar mensen op konden vertrouwen.
“Waarom staat er een verhuiswagen voor mijn huis?” vroeg ik.
Marianne glimlachte.
“Omdat we morgen waarschijnlijk de sleutels krijgen.”
Ik lachte zacht.
Niet omdat het grappig was.
Maar omdat ik eindelijk begreep wat er gebeurde.
Ze waren zo zeker van hun overwinning dat ze niet eens hadden gewacht op de officiële lezing van het testament.
“Wie heeft jullie verteld dat jullie dit huis krijgen?”
Victor keek weg.
Dat kleine gebaar zei genoeg.
“Mijn vader en ik hebben de afgelopen maanden veel met opa gesproken,” zei Marianne snel.
“Tijdens zijn ziekte?”
Ze knikte.
“Ja.”
Ik keek naar de oude voordeur.
Mijn grootvader had deze deur zelf gemaakt.
Een paar weken voor zijn overlijden had hij mij nog gezegd:
“Een mens laat niet alleen spullen achter. Hij laat ook de waarheid achter.”
Op dat moment dacht ik dat hij gewoon filosofisch bezig was.
Nu begreep ik dat hij iets bedoelde.
“Jullie kunnen beter wachten tot morgen,” zei ik.
Marianne zette haar tas neer.
“Waarom? Ben je bang dat we gelijk hebben?”
Ik antwoordde niet.
Want ik was niet bang…