Een vriendelijke man van rond de zestig keek op.
“Goedemorgen.”
“Goedemorgen,” antwoordde Elise.
“Zoekt u iets?”
Ze legde de brief op de toonbank.
“Ik denk dat mijn vader u kende.”
De man pakte de brief op.
Zijn glimlach verdween.
“Jan…”
Hij bleef enkele seconden zwijgen.
“Komt u maar even mee.”
Ze gingen achter in de bakkerij zitten.
Thomas schonk twee koppen koffie in.
“Je vader en ik begonnen deze zaak meer dan dertig jaar geleden.”
“Waarom heeft hij mij daar nooit iets over verteld?”
Thomas keek naar buiten.
“Omdat hij vond dat jij je eigen weg moest vinden.”
Hij haalde een oude map uit een kast.
“Dit zijn de originele papieren.”
Elise bladerde erdoor.
Alles klopte.
Haar vader had inderdaad nog een aandeel.
“Dat betekent dus…”
Thomas glimlachte.
“Dat jij nu mede-eigenaar bent.”
Elise schudde langzaam haar hoofd.
“Ik weet niets van ondernemen.”
“Dat wist je vader ook niet toen we begonnen.”
Die woorden bleven hangen.
De dagen daarna bezocht Elise de bakkerij vaker.
Ze leerde brood kneden, deeg laten rijzen en klanten begroeten.
Langzaam begon ze plezier te krijgen in het werk.
Iedere ochtend stonden dezelfde buurtbewoners voor de deur.
Iedereen kende elkaar.
Iedereen maakte een praatje.
Op een middag kwam een oudere vrouw binnen.
“Jij bent zeker de dochter van Jan.”
Elise glimlachte….
vervolg op de volgende pagina