Maar een moeder merkt vaak kleine dingen op.
Dingen die anderen niet zien.
Finn sloeg steeds vaker maaltijden over.
Hij zei dat hij geen trek had.
Hij zei dat hij gewoon moe was.
Hij zei dat het wel ging.
Maar zijn ogen vertelden iets anders.
Op een avond vond Lotte hem in de keuken terwijl hij tegen het aanrecht leunde.
“Alles goed?” vroeg ze.
Hij knikte snel.
“Ja.”
“Je bent bleek.”
“Ik ben gewoon moe.”
Ze wilde doorvragen.
Maar Finn keek weg.
Dat was het moment waarop ze begreep dat hij niet alleen lichamelijk uitgeput was.
Hij probeerde ook niemand tot last te zijn.
De volgende dag stelde ze voor om een afspraak bij de huisarts te maken.
Mark reageerde meteen.
“Is dat echt nodig?”
Lotte keek hem aan.
“Ik denk van wel.”
“Je maakt je altijd zorgen.”
“En jij maakt je altijd minder zorgen dan nodig is.”
Die zin bleef tussen hen hangen.
Mark zuchtte.
“Ik zeg alleen dat we niet overal een probleem van moeten maken.”
Maar Lotte had besloten.
Deze keer zou ze niet wachten.
Ze maakte een afspraak.
Niet uit paniek.
Maar omdat luisteren naar haar kind belangrijker was dan gelijk krijgen.
De huisarts stelde veel vragen.
Over energie.
Over pijn.
Over eetlust.
Over veranderingen in zijn dagelijks leven.
Finn antwoordde zacht.
Maar eerlijk.
Na het onderzoek adviseerde de huisarts om enkele extra onderzoeken te laten doen.
“Waarschijnlijk is het niets ernstigs,” zei hij.
“Maar we willen het zeker weten.”
Die woorden gaven Lotte geen rust…
vervolg op de volgende pagina