De volgende ochtend werd Elena wakker met een vreemd gevoel van stilte.
Niet de pijnlijke stilte die ze de afgelopen jaren had gekend wanneer Julian haar negeerde, maar een rustige stilte waarin niets van haar werd verwacht.
Op haar nachtkastje lag de zilveren ketting.
Ze pakte hem op en bekeek het kleine zonvormige ornament opnieuw.
Dertig jaar lang had ze gedacht dat het slechts een herinnering was aan de vrouw die haar had opgevoed.
Nu wist ze dat het ook een sleutel was geweest tot een verleden waarvan ze niet eens wist dat het bestond.
Haar telefoon ging.
Het was Richard.
„Goedemorgen, Elena.”
„Goedemorgen.”
„Heb je geslapen?”
Ze glimlachte.
„Een beetje.”
„Dat begrijp ik.”
Er viel een korte stilte…