Ik haalde opgelucht adem.
“En mijn zoon?”
“We hebben contact met hem opgenomen.”
“Waar is hij?”
“Dat kunnen we op dit moment niet zeggen.”
Ik keek hem verbaasd aan.
“Waarom niet?”
Hij ging zitten.
“Omdat we eerst willen begrijpen wat er precies is gebeurd.”
Ik vertelde hem over het briefje.
Daarna over Carter.
En uiteindelijk gaf ik hem het notitieboekje.
Hij bekeek het adres.
“Dit kan belangrijk zijn.”
Een paar uur later kwam er nieuws.
De politie had het adres gecontroleerd.
Het was een klein kantoor aan de rand van de stad.
De naam van Michaels voormalige zakenpartner stond op de deur.
De rechercheur vertelde me dat Michael daar enkele uren eerder was gezien.
Maar er was nog iets.
De beveiligingscamera van het gebouw had hem samen met een onbekende man opgenomen.
Michael had een tas bij zich.
Hij was ongeveer twintig minuten binnen geweest.
Toen was hij alleen vertrokken.
Ik voelde me steeds ongeruster.
“Is mijn zoon in gevaar?”
“Dat weten we nog niet.”
“En waarom zou hij zijn kinderen alleen achterlaten?”
De rechercheur zweeg even.
“We onderzoeken verschillende mogelijkheden.”
Later die middag kwam Denise naar het ziekenhuis.
Ze zag er uitgeput uit.
Toen ze Sophie zag, begon ze te huilen.
“Het spijt me.”
Ik keek haar aan.
“Waarvoor?”
Ze veegde haar tranen weg.
“Ik had niet moeten vertrekken.”
“Waarom ben je weggegaan?”
Ze keek naar de deur.
“Ik kreeg een telefoontje.”
“Van wie?”
“Michael.”
Ze vertelde dat Michael haar had gevraagd om naar haar zus te gaan.
Hij had gezegd dat er thuis een probleem was dat hij zelf zou oplossen.
“Waarom heb je de kinderen niet meegenomen?”
Denise schudde haar hoofd.
“Ik dacht dat Sophie bij mijn zus zou zijn.”
Dat was het moment waarop ik besefte dat iemand tegen haar had gelogen.
Maar waarom?
Die avond werd Carter opnieuw door de rechercheur gesproken.
Deze keer herinnerde hij zich iets.
“Papa zei dat hij ons wilde beschermen.”
“Waartegen?”
Carter keek naar mij.
“Tegen een man die geld van hem wilde.”
De rechercheur keek op.
“Heb je die man ooit gezien?”
Carter knikte.
“Een keer.”
“Waar?”
“Bij ons thuis.”
“Wanneer?”
“De avond voordat papa vertrok.”
Hij beschreef een man met een donkere jas die met Michael in de keuken had gesproken.
Daarna had Michael Carter naar zijn kamer gestuurd.
De politie begon onmiddellijk te zoeken naar de identiteit van die man.
Twee dagen later kwam er een doorbraak.
De man was gevonden.
Hij bleek Michaels voormalige zakenpartner te zijn.
Maar hij ontkende dat hij iemand had bedreigd.
Hij vertelde de politie iets anders.
“Michael heeft geld geleend voor zijn bedrijf,” zei hij. “Toen de zaken slechter gingen, raakte hij in paniek.”
De situatie begon langzaam duidelijk te worden.
Michael had geprobeerd financiële problemen verborgen te houden.
Hij was bang geweest dat zijn familie alles zou ontdekken.
Maar waarom had hij Sophie alleen achtergelaten?
Waarom had hij Carter in een kast laten schuilen?
En waarom had hij geschreven dat niemand gebeld mocht worden?
Die vragen bleven onbeantwoord.
Tot mijn telefoon op een avond ging.
Een onbekend nummer.
Ik nam op.
Een zwakke stem zei:
“Opa?”
Ik herkende hem onmiddellijk.
Michael.
“Waar ben je?”
Er viel een lange stilte.
“Ik heb een fout gemaakt.”
“Kom naar huis.”
“Ik kan niet.”
“Waarom niet?”
Hij fluisterde:
“Omdat ik niet alleen ben.”
De verbinding werd verbroken.
Ik keek naar de rechercheur die naast me stond.
Toen klonk er een nieuw bericht.
Een foto.
Daarop stond Michael.
Maar achter hem stond iemand die ik onmiddellijk herkende.
De man van het adres.
En onder de foto stond slechts één zin:
**Als je wilt weten waarom Michael werkelijk verdween, kom dan alleen.**