jdd 11

 

De volgende ochtend kreeg de politie een telefoontje van een verpleegkundige uit een ziekenhuis aan de andere kant van de stad.

“Wij hebben hier een patiënt zonder identiteitsbewijs,” vertelde ze. “Hij werd bewusteloos gevonden na een verkeersongeval. Pas vandaag konden we zijn identiteit bevestigen.”

Eva reed onmiddellijk naar het ziekenhuis.

Toen ze de kamer binnenkwam, zag ze een bleke man met een arm in het gips en verband om zijn hoofd. Hij opende langzaam zijn ogen.

“Waar is Noor?” vroeg hij direct.

Eva voelde een brok in haar keel.

“Ze is veilig. Ze ligt ook in een ziekenhuis, maar ze herstelt goed.”

De man begon te huilen van opluchting.

Hij vertelde dat hij onderweg naar de apotheek was geweest om medicijnen voor Noor te halen. Bij het oversteken van een druk kruispunt was hij aangereden door een bestelwagen. Omdat hij geen portemonnee bij zich had, duurde het enkele dagen voordat zijn identiteit werd vastgesteld.

Hij had al die tijd gedacht dat iemand voor zijn dochter zou zorgen.

Eva bracht vader en dochter dezelfde middag weer samen.

Toen Noor haar vader zag, rende ze ondanks haar zwakke benen naar hem toe.

“Papa!”

David sloot haar stevig in zijn armen.

“Het spijt me zo, lieverd. Ik wilde je nooit alleen laten.”

Het meisje glimlachte door haar tranen heen.

“Ik wist dat je terug zou komen.”…

vervolg op de volgende pagina

Leave a Comment