De regen tikte zacht tegen de ramen van het verzorgingshuis toen de vijfenzeventigjarige Elise Vermeer haar jas aantrok. Ze had net haar avonddienst afgerond als vrijwilliger en wilde naar huis gaan, toen een verpleegkundige haar tegenhield.
“Mevrouw Vermeer? Er is iemand die u graag wil spreken.”
Elise fronste haar wenkbrauwen.
“Mij?”
De verpleegkundige knikte en wees naar kamer 214.
Toen Elise de deur opende, bleef ze verstijfd staan.
In het ziekenhuisbed lag Victor van Dalen.
Meer dan vijfenvijftig jaar geleden was hij haar eerste liefde geweest.
Ze hadden elkaar ontmoet tijdens een muziekfestival aan een klein meer, waar Victor gitaar speelde en Elise haar eerste schilderijen verkocht. Ze waren jong, droomden groot en geloofden dat niets hen ooit uit elkaar kon halen.
Maar het leven besliste anders.
Elise kreeg een studiebeurs in het buitenland. Victor wilde het familiebedrijf overnemen en zijn zieke moeder verzorgen. Ze beloofden elkaar te schrijven, maar na enkele maanden stopten de brieven. Misverstanden, afstand en trots maakten langzaam een einde aan hun liefde.
Nu keek Victor haar opnieuw aan.
Zijn haar was grijs geworden en zijn gezicht droeg de sporen van een lang leven, maar zijn glimlach herkende ze onmiddellijk.
“Ik wist dat je ooit weer voor me zou staan,” fluisterde hij.
Vanaf die dag bezocht Elise hem bijna dagelijks.
Ze praatten over vroeger, maar ook over alles wat ze hadden gemist. Victor vertelde dat hij een succesvol architect was geworden. Elise had jarenlang kunstles gegeven en na haar pensioen vrijwilligerswerk gedaan.
Geen van beiden had kinderen.
Geen van beiden was ooit opnieuw getrouwd.
Na enkele weken vertelde Victor dat zijn hart ernstig verzwakt was. De artsen deden wat ze konden, maar hij wist dat hij niet veel tijd meer had.
“Ik heb geen spijt van mijn carrière,” zei hij op een middag. “Maar ik heb altijd spijt gehouden van één beslissing.”
Elise kneep zacht in zijn hand.
“Welke?”
“Dat ik je nooit ben gaan zoeken.”
Er viel een lange stilte.
Toen haalde Victor een klein fluwelen doosje uit zijn nachtkastje.
“Elise… wil je met me trouwen?”
Ze voelde tranen over haar wangen rollen….
vervolg op de volgende pagina