Ik liep langzaam van de veranda af. Elke stap richting de bomen voelde alsof ik een grens overging die ik niet meer kon terugdraaien. De lucht werd kouder naarmate ik dichterbij kwam, of misschien verbeeldde ik me dat.
Toen ik het pad opstapte, kraakte de grond onder mijn schoenen.
Het geluid leek te luid in de stilte.
Ik keek over mijn schouder.
De tweeling stond nog steeds op dezelfde plek.
Dan draaide ik me om en liep verder.
Het pad was smal, overgroeid, maar duidelijk begaan. Niet recent, maar regelmatig genoeg om zichtbaar te blijven.
Dat was onmogelijk.
Niemand kwam hier.
Niet sinds Olivia was overleden.
Ik liep verder, terwijl herinneringen zich door mijn gedachten begonnen te duwen zonder toestemming.
Olivia die lachte terwijl ze haar handen in de koude beek stak.
Olivia die zei dat dit huis “meer leefde dan de stad ooit zou doen”.
Olivia die verdween op een avond en nooit meer terugkwam.
Ze hadden gezegd: ongeluk in de bergen.
Geen getuigen.
Geen duidelijke oorzaak.
Alleen stilte.
En een gesloten kist.
Ik stopte abrupt.
Mijn adem stokte.
Voor me stond iets tussen de bomen.
Een kleine houten markering.
Vers.
Te vers.
Ik liep dichterbij.
Op het hout stond een naam gekrast.
OLIVIA BROOKS
Maar daaronder… iets anders.
Een tweede regel.
Niet in haar handschrift.
“Hij is dichterbij dan je denkt.”
Mijn maag draaide zich om.
Achter me hoorde ik een tak kraken.
Ik draaide me om.
Niemand.
Maar het geluid was echt geweest.
Ik slikte en dwong mezelf verder te lopen, dieper het bos in.
Na enkele minuten kwam ik uit bij een open plek.
En daar stond iets dat mijn adem volledig wegnam.
Een klein houten huisje.
Ouder dan het hoofdgebouw.
Verborgen tussen de bomen alsof het nooit gevonden wilde worden.
Ik herkende het niet.
En toch voelde het… bekend.
De deur stond op een kier.
Binnen brandde geen licht, maar het was niet donker.
Alsof de ruimte zelf nog iets vasthield.
Ik duwde de deur open.
Het kraakte.
Binnen stond een tafel.
En op die tafel lagen foto’s.
Mijn handen begonnen te trillen toen ik dichterbij kwam.
Foto’s van Olivia.
Maar niet alleen haar.
De tweeling.
Emma.
Ella.
Mijn keel werd droog.
“Dit kan niet…” fluisterde ik…