“Daan?” riep ze.
Even later verscheen hij in de garage.
Zijn glimlach verdween onmiddellijk toen hij Noor zag staan.
“Je… je kunt weer zien.”
Noor knikte langzaam.
“Waarom heb je me dit nooit verteld?”
Daan keek naar de grond.
“Ik wilde niet dat je dacht dat ik een held probeerde te zijn.”
Hij ging op een houten kruk zitten.
“Toen jij je zicht verloor, voelde ik me machteloos. Ik kon niets doen om je beter te maken. Op een dag vroeg een buurman of ik een kapotte stoel kon repareren. Daarna kwam de volgende. Uiteindelijk begon ik meubels te maken voor mensen die het zelf niet konden betalen.”
Hij wees naar de foto’s.
“Ik heb nooit geld gevraagd aan gezinnen die het moeilijk hadden. Ze betaalden alleen het materiaal als dat mogelijk was.”
Noor bladerde opnieuw door het notitieboek.
Op de laatste pagina stond een lijst.
Bovenaan las ze:
*”Droomproject.”*
Daaronder stond slechts één regel.
*”Een glazen serre bouwen zodat Noor iedere zonsopgang weer kan zien wanneer haar ogen ooit herstellen.”*
Noor voelde haar adem stokken.
“Je geloofde echt dat ik ooit weer zou kunnen zien?”
Daan glimlachte.
“Ik wist het niet. Maar hoop is gratis.”….