Dat was misschien nog pijnlijker dan zijn woorden.
Ik probeerde tussen hen in te komen.
“Dit lossen we morgen op. Iedereen is boos.”
Maar Mia schudde haar hoofd.
“Nee mam. Hij heeft zijn keuze gemaakt.”
Ze pakte haar spullen en vertrok.
Die nacht zat ik uren bij het raam.
Ik wachtte tot ze terug zou komen.
Maar ze kwam niet.
De maanden daarna belde ik haar regelmatig.
Soms stuurde ik berichten.
Soms schreef ik lange teksten die ik uiteindelijk nooit verzond.
Mia antwoordde bijna nooit.
Lucas deed alsof het hem niets deed.
“Ze komt wel terug als ze begrijpt hoe de wereld werkt.”
Maar ik zag dat hij soms langer naar haar oude kamer keek dan nodig was.
Een jaar ging voorbij.
Toen hoorde ik op een koude winteravond iemand op de deur kloppen.
Ik verwachtte niemand.
Toen ik opendeed, stond Mia daar.
Mijn hart stopte bijna.
Ze zag ouder uit.
Niet ouder in jaren, maar in ervaringen.
In haar armen hield ze een klein meisje vast.
Een baby.
Achter haar stond een oude koffer met versleten handvatten.
“Mam,” fluisterde ze.
Ik kon alleen maar haar naam zeggen.
“Mia…”
Ze keek naar de grond.
“Ik weet dat ik geen recht heb om zomaar terug te komen.”
Ik schudde mijn hoofd en trok haar meteen naar binnen.
“Je bent mijn dochter. Natuurlijk heb je dat recht.”
Ze begon te huilen.
Niet hard.
Gewoon stil, alsof ze eindelijk niet meer sterk hoefde te zijn.
Toen keek ze naar de baby.
“Dit is Nora.”
Ik glimlachte voorzichtig…..
vervolg op de volgende pagina