“Ik kon niet slapen.”
Meer zei hij niet.
Een paar dagen later gebeurde hetzelfde.
En weer.
En weer.
Mijn nieuwsgierigheid veranderde langzaam in onrust.
Op een avond installeerde ik de babyfoon-app opnieuw op mijn telefoon. Niet omdat ik hem wilde bespioneren, hield ik mezelf voor, maar omdat ik wilde weten of Emma goed sliep.
Toen ik door de opnames bladerde, ontdekte ik een vreemd patroon.
Elke opname begon rond twee uur.
Steeds verscheen Daan in beeld.
Altijd met dezelfde oude linnen tas.
Hij liep naar het wiegje, keek enkele seconden naar Emma, ging daarna op de grond zitten en haalde iets uit de tas. Door de donkere nachtmodus kon ik niet goed zien wat het was.
Hij bleef ongeveer tien minuten zitten.
Daarna stopte hij alles weer terug en verliet hij de kamer.
Geen enkele opname liet duidelijk zien wat hij deed.
Mijn gedachten sloegen op hol.
Waarom vertelde hij mij hier niets over?
De volgende nacht besloot ik wakker te blijven.
Ik deed alsof ik sliep toen hij opstond.
Heel voorzichtig volgde ik hem door de donkere gang.
Mijn hart bonsde zo hard dat ik bang was dat hij het zou horen.
De deur van de babykamer stond op een kier.
Door de opening zag ik hoe hij de tas op de grond zette.
Heel langzaam haalde hij er een stapel enveloppen uit.
Geen geld.
Geen medicijnen.
Geen geheimzinnige apparaten.
Gewoon enveloppen.
Hij maakte er één open, vouwde een vel papier uit en begon zachtjes voor te lezen.
“Beste Emma…”
Zijn stem trilde.
“…vandaag ben je precies twaalf dagen oud. Je hebt voor het eerst naar mij gelachen. Misschien was het toeval, maar ik doe alsof het speciaal voor mij was.”
Hij glimlachte.
Daarna vouwde hij de brief weer dicht.
Hij pakte een tweede envelop.
“Beste Emma… vandaag heb ik geleerd dat ik niet perfect hoef te zijn om een goede vader te worden.”
Ik voelde mijn keel dichtknijpen…..
vervolg op de volgende pagina