“Nee.”
Ze veegde haar tranen weg.
“Ik wilde haar een paar dagen bij mijn moeder laten logeren totdat ik wist wat er aan de hand was.”
Ze keek me recht aan.
“Maar ik heb de verkeerde woorden gebruikt.”
Ik dacht terug aan Lily’s verdrietige gezicht.
Voor een kind van vier kunnen woorden een heel andere betekenis krijgen.
“Ze dacht dat je haar niet meer wilde.”
Emma sloeg haar handen voor haar gezicht.
“Dat was nooit mijn bedoeling.”
Die middag reden we samen naar huis.
Lily zat achterin haar autostoeltje.
Toen Emma zich omdraaide, keek Lily haar onzeker aan.
“Mama…”
Emma stapte uit, opende het achterportier en knielde naast haar dochter.
“Het spijt me zo, lieverd.”
Lily zei niets.
Emma pakte voorzichtig haar kleine handje vast.
“Ik wilde je nooit wegsturen.”
“Niet?”
“Natuurlijk niet.”
“Maar mijn koffertje…”
Emma glimlachte verdrietig.
“Dat was alleen omdat ik dacht dat je een paar nachtjes bij oma zou logeren.”
Lily keek naar mij.
“Papa?”
Ik knikte.
“Mama houdt heel veel van jou.”
Na enkele seconden strekte Lily haar armpjes uit.
Emma omhelsde haar stevig.
Voor het eerst sinds ik thuiskwam, voelde het alsof ons gezin weer voorzichtig begon te ademen.
Toch bleef er één vraag door mijn hoofd spoken.
Waarom had het ziekenhuis eerst zo’n ernstige diagnose gesteld?
En waarom had Emma tijdens dat eerste telefoongesprek zo bang geklonken?
Terwijl ik de voordeur opende, verscheen opnieuw een onbekend nummer op mijn telefoon.
Er kwam slechts één bericht binnen.
“Als u de volledige waarheid over de testresultaten wilt weten, controleer dan de tweede envelop die gisteren is verstuurd.”
Ik keek naar het scherm.
Er was geen afzender.
Geen naam.
Alleen die ene mysterieuze zin.